Er zijn van die wedstrijden die je MOET doen. Jaarlijks terugkerende martelpraktijken die bepalen hoe je ligt in het veld en of al die trainingsuren ook daadwerkelijk iets opleveren. Naast het rijtje Head en Heineken voor de achten en vieren is er voor de kleinere nummers natuurlijk de Twee- en Skiffhead. De volle 7,5 km over de Amstel. Soms mooi weer, vaker absoluut niet mooi weer.
In het tweeveld hadden we vorig jaar al lekker geroeid, wat resulteerde in een blik, ook al hadden we dat zelf op dat moment niet door. Maar dit jaar waren we ons bewust van onze positie en de mogelijkheden. In de startlijst, die deels vastgesteld wordt door de klassering van de vorige editie, stonden we behoorlijk vooraan. Achter een aantal heel snelle tweetjes. Weliswaar 'oude mannetjes' zoals wij, maar toch potente roeiers. En daar komen wij aan: lichte pikkies die de volgende dag onder de 72,5 kg dienen te zijn. De reden om deze wedstrijden te moeten roeien: je bewijst dat je 'licht' bent (de NKIR en de Skiffhead zijn de enige momenten dat je als Master licht kunt starten.)
Dus, daar lagen we. Achter de Bredase, voor RIC en De Leythe. Gespannen in de kom bij Ouderkerk. Die eeuwige knoop in je buik, vlak voor de start. En die vraag in je hoofd: "waarom doe ik dit?". Voorstart gaat goed, we komen rap op snelheid en binnen tien halen klinkt het vanaf de kant "Dóór!". We zijn gestart. De eerste kilometer naar de bakboordbocht na Ouderkerk, lichtjes met de handrem er op roeien want het is nog lang. Onze tegenstanders jagen op, maar komen niet dichterbij. Blijven concentreren, tempo gelijk houden, ademen en technisch roeien. Want dat is de 2-. Een zuiver technisch nummer. Na de eerste bocht is het rechtuit, licht het tempo omhoog, blijf de halen maken. Cadans, rust, maar duwen op je benen. Mijn roeimaatje stuurt de boot keurig door het midden, het kontje beweegt nauwelijks, wat betekent dat we de druk in de haal gelijk hebben. Kwispelen is niet goed, in dit geval. En warempel, we voelen de boot die voor ons startte. De kolken van de voorganger worden groter en groter. Voor de stuurboordbocht die gevolgd wordt door de Grote Bocht liggen we naast de Bredase. Ons tempo ligt beduidend hoger, de snelheid ook. We tikken mooi over ze heen en de stuurkunst van Anders en zijn kennis van de Amstel brengen ons in een mooie positie voor de Grote Bocht. Ondertussen is het lichaam gewend geraakt aan het leveren. In een fraaie cadans draaien we de bocht door.
Alle systemen op groen: sturen gaat perfect, bootje loopt en pijn blijft uit. Maar achterop begint een boot op te lopen. Tandje erbij. Niet hoger in tempo maar netter gaan roeien. Koppie hoog, ademen, technisch blijven. De boot die oploopt is wel een klasse apart. Het voormalige trainingsbeest van de Bond, 10 jaar jonger, twintig centimeter groter en dertig kilo zwaarder, beukt de Amstel aan schuim. Maar ondanks de lichte tegenwind kunnen we ze redelijk van repliek dienen. Daarbij spelen de stuurkunsten van Anders een belangrijke rol. Zonder veel verstoringen en uiterst netjes lopen we langs de lange bocht van het Kalfje en steken we in een rechte lijn door naar het steigertje van Over-Amstel. Daar waar de boten achter ons van links naar rechts over de racebaan kruisen, als dronken vehikels op zoek naar houvast aan rietkragen en waterkanten. Onder de Rozenoord blijven we voor de nu toch wel serieus aandienende oplopers.
Nog twee kilometer. Het begint wat zuur te worden, maar ons strijdplan was een licht oplopende race en dus gaat de gashendel open. Nog wat tempo er bij, netjes catchen en vooral soepel draaien achter. Samen. In de bocht voor Willem III loopt de oploper naast ons, maar Anders heeft keurig de binnenbocht gekozen en we blijven ze voor. De direct achter ons gestarte boten zijn nu totaal uit zicht en het gevoel dat we een puike race varen maakt dat we vol door de Omval jagen. Snelheid blijft goed, benen voelen wat vol maar nergens voelt het knellen. De Berlagebrug is in zicht. De oplopers komen nu aan bakboord naast ons. In een oogwenk wordt overlegd, woordeloos. Wij nemen het tweede bruggat van links, onze oplopers kiezen het eerste bruggat. Respect want die is niet makkelijk. Na de brug bedanken we hen voor die geste. Nu nog maar één kleine kilometer. Waar we vorig jaar de weg kwijtraakten tussen Berlage en De Hoop, weten we nu wat we moeten doen. Drie harde klappen op stuurboord en we liggen recht op koers. Alle registers open, dit duurt maar iets minder dan vier minuten, amper honderdtwintig halen. Nu wordt het wel wat pijnlijk maar de finish is in zicht. We kunnen ons redelijk optrekken aan de zware mannen die voor ons varen. De laatste dertig halen kunnen we aftellen. En dan klinkt de hoorn op De Hoop.
Die eindsprint heeft er behoorlijk ingehakt maar het gevoel over de race is goed. We draaien en roeien loom terug, het veld achter ons zien we voorbijschuiven als we richting RIC gaan. Daar worden flinke gaten geslagen tussen de oplopende boten. Op RIC blijkt al snel dat we het blik van vorig jaar prima verdedigd hebben. En dat we geklommen zijn in het overall veld. Eerste van het E-veld, vierde overall van de 17 ploegen. Bootje netjes afriggeren en opleggen op de BoWa. En door naar De Hoop om het blik op te halen. Vorig jaar deden we dat niet, omdat we niet verwacht hadden dat we zouden blikken (alsnog dank aan Joost die onze blikken toen maar in ontvangst heeft genomen).
Het was een prachtrace.
Michiel
Inloggen om een reactie te plaatsen.
© 2018-2026 Roeivereniging Aengwirden
Powered by e-Captain.nl